Samenwerken met tolken: de verantwoordelijkheid van horende tolkgebruikers

Dit artikel stond in Woord en gebaar, nummer 6 – 2021.  

Sinds mijn twaalfde zet ik tolken in op school. Eerst waren dit schrijftolken, later werden het gebarentolken. Nu ben ik nog niet heel oud, maar ik heb inmiddels een kleine vijftien jaar ervaring met werken met tolken. En ik leer nog elke dag bij. Net als veel andere doven, die vaak al hun hele leven tolken inzetten. Want hoe willen tolken graag dat we met ze samenwerken? Maar ook, hoe willen wij, als dove tolkgebruikers graag dat tolken met ons samenwerken? Maar ook, welke rol hebben horende aanwezigen in de tolksituatie? Op welke manier kunnen we de samenwerking optimaal benutten? In dit artikel wil ik graag focussen op de rol van horende tolkgebruikers.  

Na gesprekken met vele tolkgebruikers (doof én horend), maar ook na mijn eigen ervaringen met tolken, denk ik dat horende tolkgebruikers meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de samenwerking met de tolk. Dat gaat van het regelen van tolken tot en met de samenwerking zelf. Maar eerst even dit: horende tolkgebruikers? Tolkgebruikers zijn toch altijd doof? Dat is natuurlijk niet zo, de tolk is er voor alle partijen in het gesprek. Als de horende ander in de situatie geen Nederlandse Gebarentaal kan, dan maakt die persoon net zo goed gebruik van de tolk in deze situatie. Daarom is het ook belangrijk om de tolk NGT-NL geen doventolk te noemen, want doventolk is een denigrerende term. Door de tolk doventolk te noemen, zet je de dove in een minderwaardige positie.*   

Door de tolk doventolk te noemen, zet je de dove in een minderwaardige positie.   

In mijn werk zet ik veel tolken in. Ik heb zo ongeveer tussen de vijf en tien overleggen per week. Afhankelijk van hoe lang het overleg is, regel ik één of twee tolken (overleggen die uiterlijk een uur duren = 1 tolk, overleggen die meer dan een uur duren = teamtolken). Voor elk overleg een tolk regelen kost mij gemiddeld een half uur per afspraak. Soms zelfs meer als het moeilijker is om tolken te vinden. Als je dan vijf tot tien vergaderingen hebt, ben je dus in totaal 2,5 tot 5 uur bezig met het regelen van tolken. Dat is dus 2,5 tot vijf uur waarbij ik me niet bezig kan houden met mijn eigen werk. Dat is vaak dan ook nog zonder het regelen van voorbereiding of communiceren daarover. En ik denk dat er wel meer doven zijn die zo veel overleggen hebben, of zelfs meer.    

Nu is het zo dat er binnen mijn werk het regelen van tolken steeds meer door horende tolkgebruikers wordt opgepakt, wat voor mij een grote opluchting is. De last van het regelen van tolken komt niet meer alleen op mijn schouders terecht. Daarbij weet ik wel dat ik geluk heb met het feit dat mijn horende collega’s ook bereid zijn om tolken te regelen. Als het voor jou, als tolkgebruiker, echt een last is, probeer het dan vooral met je leidinggevende te bespreken. Misschien is er wel ruimte om de secretaris, of de projectondersteuner of iemand anders in een ondersteunende functie te vragen om tolken te regelen. 

Maar niet alleen voor het regelen van tolken kunnen horende collega’s of anderen de verantwoordelijkheid nemen. Ook tijdens de tolksituatie kunnen horende tolkgebruikers meer betrokken zijn. Hierbij een paar voorbeelden. Zo kan het zijn dat in een bepaalde tolksituatie veel jargon wordt gebruikt, ook door de dove tolkgebruiker. Het kan zijn dat de tolk niet bekend is met dit jargon en daardoor dus andere woorden gebruikt tijdens het vertalen van NGT naar het Nederlands. Als horende aanwezige kan je de juiste woorden aangeven of de tolk corrigeren als hij/zij niet het juiste jargon gebruikt. Op die manier kan de tolk de dove NGT-gebruiker op de juiste manier vertalen naar het Nederlands, waardoor de dove persoon op de juiste manier en meer professioneel overkomt. 

Een ander voorbeeld: als je al langer in een organisatie werkt, kan het zijn dat je collega’s je goed kennen en weten hoe je bent en communiceert. Nu kan het gebeuren dat je een tolk hebt die je minder goed kent en daardoor jouw persoonlijkheid minder goed kan vertalen. Als dove tolkgebruikers kunnen we dat niet controleren, maar als horende tolkgebruiker kan je wel aangeven wat je vindt van de vertaling van de tolk. Op die manier zijn wij als dove tolkgebruikers ook meer bewust van wie wel of niet bij ons past qua vertaling. Natuurlijk hebben we niet de luxe om altijd maar onze eigen voorkeurstolken in te zetten, maar op die manier zijn we wel bewust van wie bij ons past.  

In het proces naar meer inclusie binnen organisaties of op andere plekken, hoop ik dat dove tolkgebruikers dit soort thema’s ook bespreken met horenden, maar daarbij hoop ik ook dat horende tolkgebruikers ook hun verantwoordelijkheid nemen. Op die manier wordt het voor ons allemaal een stuk makkelijker en komen we echt dichterbij inclusie. Dan pas doen we het echt samen.   

Heb jij nog andere voorbeelden van hoe horende tolkgebruikers meer kunnen samenwerken met tolken en doven? Stuur dan vooral een mailtje naar lisahinderks@live.nl    

* Vaak worden tolken NGT-NL nog doventolken genoemd. Maar zo lijkt het dat de tolk er alleen is voor de dove persoon, maar dat is dus niet het geval. Daarnaast is het ook belangrijk om NGT als een serieuze en gelijkwaardige taal te behandelen, dus moet de communicatie over tolken NGT-NL ook serieus worden genomen. Daarom is het niet doventolk, maar tolk NGT-NL, omdat de tolk vertaalt van NGT naar het Nederlands en andersom. We noemen een tolk Frans-NL ook geen Fransentolk, omdat ze voor Franse mensen tolkt.