Nederlandse Gebarentaal is geen hulpmiddel

Voor de dovengemeenschap is dinsdag een spannende dag. De Tweede Kamer bespreekt het wetsvoorstel dat de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel in Nederland als taal erkent. Hier hebben doven heel lang voor gevochten. Met het erkennen van die taal wordt het recht van gebarentalige mensen om hun eigen taal te mogen inzetten en gebruiken, in de wet gewaarborgd.

De Nederlandse Gebarentaal wordt in sommige gevallen nog gezien als een hulpmiddel voor mensen met beperkingen, vergelijkbaar met braille of andere voorzieningen. Die vergelijking gaat niet op: braille is een hulpmiddel voor blinden en slechtzienden om Nederlands te kunnen lezen. De NGT is een eigen taal, met een eigen grammatica en woordenschat. Een taal met een lange en bewogen geschiedenis.

Waar mensen samenkomen, daar ontstaan talen. Wie niet kan horen, communiceert op een visuele manier. Zo is de Nederlandse Gebarentaal (NGT) ontstaan, op plekken waar doven bij elkaar kwamen, bijvoorbeeld op dovenscholen in Nederland. In 1960 stelde de Amerikaanse taalwetenschapper William Stokoe vast dat gebarentalen volwaardige talen zijn, en wat betreft structuur vergelijkbaar met gesproken talen.

Onderzoek naar gebarentaal

Mede door Stokoe kwamen onderzoeken naar de verschillende gebarentalen in verschillende dovengemeenschappen op gang. Zo is bijvoorbeeld in 2008 een van de eerste online verzamelingen van gebarentaaluitingen opgezet, het Corpus NGT. Ook is er een opleiding en een minor die zich richten op gebarentaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit in Nijmegen. En er is de docent NGT- en tolk NGT-opleiding aan de Hogeschool Utrecht.

Doven die voor de taalontwikkeling voltooid is doof worden, of doof zijn geboren, noemen we prelinguaal doven of vroegdoven. Voor hen is de NGT een natuurlijke taal, want visuele communicatie is voor hen de enige manier die volledig toegankelijk is. Vroegtijdig taal aanbieden is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Voor dove kinderen is gebarentaal dan een logische keuze. Ook blijkt uit vele onderzoeken dat het leren van gebarentaal het leren van geschreven talen niet in de weg zit. Die kennis kan juist een positief effect hebben voor de leesvaardigheid. Professionals en deskundigen pleiten daarom steeds meer voor tweetalig onderwijs, onderwijs in de NGT en het Nederlands.

Handalfabet Nederlandse Gebarentaal

Handalfabet Nederlandse Gebarentaal (Beeld: Ruud Janssen)

Minderwaardige status

De NGT heeft in ons land lange tijd een minderwaardige status gehad en gelijkwaardigheid met het Nederlands is nog steeds niet het geval. Door de geschiedenis heen was de taal zelfs verboden op scholen. De orale methode, ofwel de gesproken of mondelinge methode, zagen leerkrachten als de betere methode. Die geschiedenis van dit onderwijs beschrijft dr. Corrie Tijsseling, theoretisch en historisch pedagoog, in haar onderzoek School, waar?.

En nog steeds vinden sommigen NGT inferieur ten opzichte van het gesproken Nederlands. Zo was en is er in veel organisaties die onderwijs en zorg leveren aan dove kinderen, prioriteit voor het leren van gesproken Nederlands, waarbij NGT als alternatief wordt gegeven. En dan alleen als het leren van gesproken Nederlands niet lukt of gebarentaal slechts dient als opstapje.

Maar ook veel ouders kiezen voor het gesproken Nederlands, omdat ze zelf de NGT niet beheersen of omdat ze denken dat dit beter is voor het kind. Soms kiezen zij voor een communicatiesysteem, namelijk het Nederlands met Gebaren (NmG). NmG is een combinatie van het Nederlands en de Nederlandse Gebarentaal, die vooral de grammatica van het gesproken Nederlands volgt.

Meedoen in de maatschappij

In de afgelopen jaren is door cochleaire implantatie gesproken taal (gedeeltelijk) auditief toegankelijk geworden. Steeds meer kinderen krijgen al jong een zo’n hoorhulpmiddel. Daardoor hebben ouders en professionals de neiging om vooral, of alleen maar, gesproken taal aan te bieden aan dove en slechthorende kinderen. Dit komt onder andere doordat iedereen zo veel mogelijk mee moet doen in de maatschappij. Maar de beheersing van het Nederlands alleen is daarvoor niet voldoende.

Om goed mee kunnen doen zijn ook andere dingen nodig, en daarin speelt NGT een belangrijke rol. Zo is het belangrijk voor de identiteitsvorming van dove en slechthorende kinderen en jongeren om een taal aangeboden te krijgen die volledig toegankelijk is. Dit leidt tot zelfvertrouwen, een realistisch zelfbeeld en thuisgevoel in een gemeenschap die dezelfde taal deelt. Dat blijkt onder meer uit mijn MA-scriptie aan de Universiteit van Amsterdam.

Erkenning van identiteit

Generaties doven hebben door het verbod op gebarentaal een jeugd gehad die is gekenmerkt door taaldeprivatie en onderdrukking. Voor hen is de erkenning van de NGT een erkenning van hun identiteit, maar ook van het onrecht dat hen is aangedaan. Die betekent ook erkenning van een groep mensen waarvan de natuurlijke taal de NGT is. NGT is gelijkwaardig aan de andere erkende talen in Nederland. En het belangrijkste is misschien wel dat het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer dinsdag bespreekt, erkent dat doven en gebarentaligen erbij horen.

De Nederlandse Gebarentaal in eerste instantie een taal die ontstaan is onder doven, maar inmiddels beheersen veel meer mensen deze taal. Zo zijn er horende ouders van dove kinderen, horende kinderen van dove ouders, professionals, tolken en anderen die de taal ook gebruiken. De Nederlandse Gebarentaal is dus niet meer alleen voor doven, maar ook voor mensen die betrokken zijn bij de dovengemeenschap. Samen worden zij gebarentaligen genoemd.

Sinds 2000 zijn de ochtendjournaals voorzien van NGT. Maar pas dit jaar waren er voor het eerst tolken Nederlandse Gebarentaal aanwezig bij de persconferenties over het coronavirus van premier Mark Rutte en andere ministers. Desondanks is juridische erkenning van NGT nodig, want zo wordt het recht op gebruik van NGT geborgd. Dat maakt het bijvoorbeeld juridisch mogelijk om de ambtseed af te leggen in NGT. Dit gebeurde in 2018 voor het eerst. Noord-Holland had toen de primeur. Normaal gesproken mogen provincieambtenaren de eed alleen in het Nederlands of in het Fries afleggen. Maar als de taal wordt erkend, kunnen zij de eed ook in NGT afleggen.

De initiatiefwet voor de erkenning van Nederlandse Gebarentaal ligt nu in de Tweede Kamer. In 2016 gaf de Raad van State al een advies over dit wetsvoorstel, een initiatief van Roelof van Laar (PvdA) en Carla Dik-Faber (CU). Het proces stagneerde omdat Van Laar na de Tweede Kamer-verkiezingen van 2017 zijn zetel verloor. Eva Westerhoff en Corrie Tijsseling, twee dove activisten die al jaren bezig zijn met de erkenning van de NGT, gingen namens Dovenschap door met lobbyen. Hierna is het stokje opgepakt door Carla Dik-Faber (CU), Jessica van Eijs (D66) en Attje Kuiken (Pvda). Als het erkenningsvoorstel ook door de Eerste Kamer komt, kan de dovengemeenschap na 30 jaar eindelijk een feestje vieren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Please reload

Even geduld...