Gewoon maar een mens

Toen ik net begon met studeren zette ik gewoon de eerste de beste tolk in die reageerde op het toenmalige prikbord van Tolknet. Ik had er geen idee van wie goede tolken zijn en welke tolken minder bij mij of bij de situatie passen. Ik probeerde maar wat. En ik heb veel verschillende tolken langs zien komen. Ik kwam toen net van de middelbare school af, ging de zogenaamde ‘wijde’ wereld in. Ik was bezig met de overgang naar het hoger onderwijs, wilde vrienden maken, erbij horen, hoge cijfers halen, op kamers wonen en tegelijkertijd ook het studentenleven ontdekken. Ik was nog maar een puber op weg naar volwassenheid, nog nauwelijks zelfbewust. Ik was ook een luie student (in het begin) en stelde alles uit tot vlak voor het tentamen. Ik kwam soms brak naar colleges en lag half te slapen in de collegebanken.

Toch werd toen al van me verwacht dat ik een samenwerkingsverband aanging met tolken. Ik had ze voorbereiding moeten sturen terwijl ik toen zelf mij nauwelijks voorbereidde voor colleges of werkgroepen; in al mijn hoogmoed dacht dat ik het allemaal zonder studeren wel kon. Zo dacht ik ook heel makkelijk over samenwerken met tolken. Vaak kregen ze geen voorbereiding (wist ik veel dat dat moest), ik deed niet aan feedback (ik wist toen niet eens wat mijn eigen sterke of zwakke punten waren – nu trouwens ook nog steeds niet helemaal) en wisselde elke keer van tolk als iemand toch niet echt geschikt was (er zijn er toch genoeg?). Als ik toen wist wat ik nu wist, had ik het dan anders gedaan? Waarschijnlijk wel.

Tolken leren (als het goed is) op de opleiding hoe ze met feedback om moeten gaan, hoe ze met doven moeten samenwerken. Ik heb nauwelijks geleerd hoe ik feedback moet geven, hoe met een tolk samen te werken.

Tolken leren (als het goed is) op de opleiding hoe ze met feedback om moeten gaan, hoe ze met doven moeten samenwerken. Ik heb nauwelijks geleerd hoe ik feedback moet geven, hoe met een tolk samen te werken. Nu nog vind ik het ingewikkeld om tegen een tolk te zeggen dat iets niet goed ging, dat ik ergens niet tevreden mee was. Soms zoek ik nog naar woorden om het op de juiste manier te zeggen, want ik wil echt niemand kwetsen. Soms zit ik de hele tolkopdracht te piekeren wat toch datgene is wat me dwarszit en hoe ik het moet uitleggen. En als ik het dan toch gezegd heb, gaat ook niet elke tolk er even goed mee om. Sommige tolken worden boos of gaan in de verdediging. Sommigen reageren heel fijn, wat voor mij een opluchting is. Natuurlijk reageert iedereen verschillend, want tolken zijn ook maar mensen.

Door alle gesprekken met andere dove studenten, met tolken, met andere betrokkenen, heb ik geleerd hoe belangrijk feedback en voorbereiding zijn. Die dingen wist ik niet toen ik net begon met studeren en tolken inzetten. Maar hoe kan je ook van een zeventienjarige student, die net van de middelbare school komt, verwachten dat zij weet wat goed voor haar is, dat zij weet wat een tolk nodig heeft om het werk goed te doen? En hoeveel invloed dat kan hebben op de situatie? Of dat scholieren ineens een volwassene feedback moeten geven? Of een basisschoolkind? Hoe zit het met doven die uit andere culturen komen waar feedback of voorbereiding misschien heel andere rol speelt? Het is ontzettend belangrijk voor de samenwerking en de kwaliteit, maar tegelijkertijd ook heel lastig.

Maar hoe kan je ook van een zeventienjarige student, die net van de middelbare school komt, verwachten dat zij weet wat goed voor haar is, dat zij weet wat een tolk nodig heeft om het werk goed te doen?

Hoewel ik vind dat wij doven ook een belangrijke rol spelen in de samenwerking met tolken vind ik ook dat dove studenten, leerlingen, mensen het recht hebben om laks of lui te zijn als ze dat willen. Om geen voorbereiding of feedback te sturen. Maar dan wel met het bewustzijn dat het invloed heeft op de kwaliteit van de vertaling. Ook hoop ik dat tolken beseffen dat het voor ons ook allemaal nieuw kan zijn, dat het een proces is van vallen en opstaan. Ik leer nu nog elke keer bij. En ik weet heel goed dat ik het nog vaak ook niet goed doe. Want net als tolken, ben ik ook gewoon maar een mens. Zoals we allemaal maar mensen zijn. Mensen die nog vaak geen idee hebben wat te doen

Column in de Interpres, het blad van de NBTG voor tolken gebarentaal, van juli 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Theme: Overlay by Kaira
Extra Text