Zwijgen is niet toestemmen: waarom we ons vaker zouden moeten uitspreken

[Eerder geplaatst in Woord & Gebaar, nummer 4, 2020]

Vroeger, toen ik klein was, vluchtte ik graag in boeken. Als ik iets niet leuk vond, als mijn klasgenootjes me plaagden of erger, me pestten, ging ik het liefst lezen, zodat ik pijn niet hoefde te voelen. Ik was niet goed in aangeven dat ik iets moeilijk vond of dat iets me pijn deed (nog steeds niet). Ik vluchtte liever in andere verhalen, in andere levens. Ik herinner me dat mijn ouders me vertelden dat ik mijn verdriet of pijn moest delen, zodat andere mensen zich bewust werden van wat ze deden en gedrag konden aanpassen of er iets van konden leren. Want mensen zijn zich niet altijd bewust van wat ze doen. Als iets pijn doet, zeg je dat. Als je iets moeilijk vindt, zeg je dat. Toen ik klein was, vond ik dat moeilijk en ik ben er nog steeds niet goed in. Maar ik realiseer me nu wel dat je uitspreken een verandering teweeg kan brengen. Het kan mensen hun ogen openen.  

Aandacht 

Ik vind het een goede ontwikkeling dat mensen zich meer uitspreken. Als iemand iets niet prettig vindt, als iets pijn doet of als iets ongemakkelijk voelt, dan moet dit benoemd worden. Dat is wat nu bij Black Lives Matter gebeurt. Zwarte mensen geven aan dat ze veel racisme ervaren in de samenleving. Dat er veel institutioneel racisme is en dat dit zou moeten veranderen. Heel veel mensen tegelijk spraken zich uit, waardoor ze eindelijk de aandacht kregen die ze verdienden. Terechte aandacht. Want als iets pijn doet, als iets niet goed voelt, als mensen minderwaardig worden behandeld, dan mag daar iets over gezegd worden. Dan moeten mensen zich laten horen. 

Als iemand iets niet prettig vindt, als iets pijn doet of als iets ongemakkelijk voelt, dan moet dit benoemd worden.

Journalist 

Toen ik zeventien was, werd mij door de School voor Journalistiek in Utrecht (SvJ) verteld dat ik de opleiding Journalistiek nooit zou kunnen halen, omdat ik doof ben. Volgens hen zou ik radio, tv en andere vakken niet halen en konden ze geen vrijstellingen of andere oplossingen regelen. Men gaf aan dat ik beter een andere opleiding kon doen en ze hadden al een gesprek geregeld met iemand van de opleiding Bedrijfscommunicatie. Ik was gekwetst, teleurgesteld en mijn droom viel in duigen. Toen ik dat hoorde kroop ik zo diep weg in mijn eigen teleurstelling, dat mijn ouders me er uit moesten trekken. Ik herinner me dat mijn moeder zei: “We gaan het niet opgeven. Dit is discriminatie. Zeg er iets van. Vertel het door. Dit kan gewoon niet.” En ik zei er iets van, op social media. En het kwam in de krant, in meerdere kranten. Ik kreeg stageplekken aangeboden bij kranten en werd uitgenodigd om mijn verhaal te vertellen op verschillende nieuwskanalen.  

Reacties  

De reacties waren vreselijk. De meeste waren positief, maar er zaten reacties bij, die sneden door mijn ziel. Mensen die zeiden: “Welkom in de echte wereld” of “Je bent doof, natuurlijk kan je geen journalist worden” of “Stel je niet zo aan, je had beter moeten weten”. Mijn familie moest me achter de computer wegtrekken, zodat ik reacties niet meer zou lezen. Ik werd er zo intens verdrietig van. Ik was net van de middelbare school af, waar ik zelfvertrouwen had opgebouwd en dat werd door een paar bekrompen mensen behoorlijk vernietigd. Mijn ouders hebben me gesteund, gepusht, mijn tranen opgevangen. Ze vertelden me dat ik journalist kon worden, dat ik in mezelf moest geloven. Ik kreeg zoveel verhalen van mensen toegestuurd die precies hetzelfde hadden meegemaakt, op zoveel verschillende opleidingen en scholen. Zoveel dromen in duigen gevallen, zo veel mensen de grond in geboord, enkel omdat er mensen zijn die in bepaalde kaders denken en niet op andere manieren kunnen denken. Ik vroeg hen waarom ze hun verhalen niet deelden. Ze zeiden: ‘omdat het veel pijn deed.’ of ‘Omdat hun zelfvertrouwen een deuk had opgelopen.’ en ‘Omdat ze twijfelden, misschien had de ander wel gelijk gehad.’ Het maakte me verdrietig, omdat ik al die gevoelens ook herken. Maar het was ook heel fijn om te weten dat ik niet de enige was die dit had meegemaakt.  

Excuus 

De SvJ bood zijn excuses aan. Ze waren afgebrand op de radio, op het nieuws. Ze waren op hun vingers getikt. Er waren zelfs kamervragen gekomen. Niet dat die iets hebben uitgemaakt, maar er was aandacht voor de zaak. Heeft het me iets opgeleverd? Ik denk van wel, uiteindelijk heb ik toch gelijk gekregen, wat een geruststelling voor me was. Ook heb ik hierdoor mensen hopelijk wat bewuster gemaakt hoe dit voor mij voelt en dat het niet zo hoeft te gaan. En ook dat dit nog vaak gebeurt in Nederland. Daarnaast heb ik het hopelijk een beetje makkelijker gemaakt voor de mensen na mij die de opleiding voor journalistiek wilden doen. Het is misschien iets heel kleins. Maar als mensen vaker hun verhalen delen en vaker vertellen wat hun kwetst of wat hun pijn doet, moeten anderen er wel naar luisteren. Als er steeds meer doven hun ervaringen delen, ziet men in dat er iets moet veranderen.  

Als er steeds meer doven hun ervaringen delen, ziet men in dat er iets moet veranderen. 

Niet zwijgen 

Nu, acht jaar later, vind ik het nog steeds moeilijk om me uit te spreken. Soms zie ik iets wat me raakt. Dan moet ik mezelf ertoe zetten om er iets van te zeggen. En de reacties doen dan ook pijn, maar ik probeer te bedenken dat het voor een goed doel is. Voor een meer inclusieve maatschappij. Misschien ben ik wat idealistisch, denk ik dat de wereld een betere plek kan worden. Dat geloof ik echt. Als wij doven onze verhalen vaker vertellen, vaker vertellen dat dingen ons kwetsen, of dat iets ons pijn doet, worden mensen steeds bewuster. Als je je niet uitspreekt, verandert er niets. Je bent de enige die er onder lijdt, terwijl er zo veel verhalen bestaan als het jouwe. En als jij er niet iets van zegt, zal de volgende dove persoon die zich aanmeldt op jouw school precies hetzelfde meemaken. Die zal ook die pijn voelen die jij voelde. Hoeveel doven zijn er wel niet die discriminatie meemaken? Te veel. Ik denk dat het er veel te veel zijn geweest. Dus spreek je uit. Vertel jouw verhaal. Zwijgen is niet toestemmen. Door te zwijgen verandert er niks.     

Hoe kan je je uitspreken?  
Als je ziet of meemaakt dat er sprake is van discriminatie, kun je een melding doen bij het College voor de rechten van de mens. Zij kunnen de zaak in behandeling nemen. Als je het gevoel hebt dat een organisatie jou oneerlijk behandeld, kan je een mail sturen naar de desbetreffende organisatie en een klacht indienen. Als de organisatie niet reageert of jouw ervaring niet serieus neemt kan je ook een melding doen bij het College. Als je twijfelt of het wel echt discriminatie is, kan je ook een oordeel aanvragen bij het College, zij zullen dan een oordeel geven over jouw klacht. Je kan meer informatie vinden over het college op: https://klachtenformulier.mensenrechten.nl/#/.  

Je kan er ook op social media aandacht voor vragen. Dan kan het gebeuren dat je vervelende of pijnlijke reacties krijgt, maar mensen worden dan wel meer bewust dat zulke dingen nog steeds gebeuren in Nederland.  Via Twitter kun je veel organisaties goed bereiken door ze te taggen en door het kiezen van de juiste hashtags kunnen andere mensen jouw tweets vinden.  

  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Theme: Overlay by Kaira
Extra Text