In doveninternaat zag men mij zoals ik was

Dit artikel is ook geplaatst in de Volkskrant op 23 december 2015

Ik was een eigenwijze puber. Eentje die het nergens mee eens was en overal wel een mening over had. Eentje die ’s nachts opbleef en naar films keek samen met anderen. Ik was er eentje die in opstand kwam tegen de leraren, maar anderzijds ook heel goed met ze kon opschieten. Ik was een puber die verliefd werd, gebroken en uit kwam huilen bij mijn vriendinnen. Ik was er eentje die altijd met de meeste willekeurige smoezen te laat kwam. Maar ik werd pas zo’n puber toen ik in mijn wereldje kwam, in mijn cultuur. Toen er eindelijk gekeken werd naar hoe ik was – en niet wat ik was. Ik was een van de velen en eindelijk niet eens “die éne”. Ik was eindelijk niet dat “dove meisje”, maar een unieke persoonlijkheid. Ik ben thuis, in die wereld.

Ik heb veel herinneringen aan mijn jeugd. Voor mijn veertiende, was ik in mijn herinnering een stil en verlegen meisje. Ik hoorde er niet echt bij. Terwijl mijn klasgenoten van toen vriendschappen voor het leven maakten, ruzie maakten met de docenten, streken uithaalden in de klas, zat ik voorin met mijn tolk. Ik kreeg niet mee wat er achter me gebeurde, want ik hoorde er niet bij. Ik was op mijn eenzame eilandje in de grote wrede oceaan, dat middelbare school heet. Ik was elke dag bezig met vechten, met het feit dat ik anders was, dat ik altijd anders zou zijn. Ik kwam elke dag doodmoe thuis, het was verstikkend. Op gegeven moment – op mijn veertiende – kon ik dat niet meer. Ik besloot om naar een dovenschool te gaan, maar toentertijd zat de enige dovenschool met HAVO in Groningen. En daarvoor moest ik naar een internaat, want ik woonde toen in Hoevelaken (en dat is twee uur rijden naar Groningen). De beste beslissing die ik ooit kon maken.

Het internaat is een bijzondere plek voor bijzondere mensen. Het is een gewone straat in Groningen, met verschillende groepen. Ik zat toen in de Roze Panters, met vijf anderen van verschillende leeftijden. Ik had mijn eigen kamer die ik zelf mocht inrichten. Er waren drie groepsleiders per groep, die elkaar afwisselen. De meeste van mijn vrienden en vriendinnen woonden dus in dezelfde straat. Mijn mooiste herinneringen heb ik aan mijn tijd daar. Elke ochtend met mijn vrienden naar school kunnen fietsen en kunnen kletsen in mijn taal. En als ik thuiskwam, dan plofte ik op de bank met thee en aten mijn huisgenoten en ik de koekjestrommel leeg terwijl we roddelden over de docenten of de knappe jongen uit de hoogste klas die een paar woorden tegen ons had gezegd. Of die nachten dat we stiekem met elkaar opbleven en horror-films gingen kijken. Of die middagen dat het begon te sneeuwen en dat we sneeuwballengevechten hielden, met horende jongens die aan de overkant woonden – wat op ruzie uitdraaide. Of de donderdagavonden, dat we langer op mochten blijven en rondhingen bij de speeltuin achter het internaat of gingen zwemmen in de Hoornse Plas. Ik was eindelijk wie ik toen was. Een meisje van vijftien, dat werd geaccepteerd om wie ze is.

We willen samen leven met de mensen die ons het beste begrijpen, die we zelf het beste begrijpen. Mensen die dezelfde taal spreken. Gebarentaal. Dat er wordt gekeken naar ons zoals we zijn. En niet zoals: “die dove mensen”. Ik geloof dat mensen in de puberteit de ruimte moeten krijgen om een sterke persoonlijkheid te ontwikkelen, om te experimenteren, om fouten te maken. Mensen die buitengesloten worden, of die het gevoel hebben er niet bij te horen, ontwikkelen dit niet. Ze zijn continu bezig met datgene waarin ze anders zijn, zodat ze niet weten wat hun juist zo bijzonder maakt. Door mijn jaren op Guyot, op het internaat, heb ik me ontwikkeld tot de persoon die ik nu ben. Omdat ik in mijn puberteit met mensen was die me accepteerden om wie ik was, heb ik nu een sterke basis waarnaar ik terug kan keren als het moeilijk is in de horende wereld. Doordat ik nu stevig in mijn schoenen sta en weet wie ik ben, is het minder moeilijk om de colleges te volgen en om te gaan met mijn horende mede-studenten. Want als ik thuiskom, in de dovenwereld, kan ik weer ademen.

Ja, ik ben een voorstander van het internaat. Ik moet er niet aan denken dat vele jongeren datzelfde gevoel moeten ervaren, dat ik had voor mijn veertiende. Dat zoekende, dat eenzame. Dat ze naar een school in de buurt moeten, omdat de dovenschool te ver weg is. Dat ze zich, net als ik, zo eenzaam voelden omdat ze anders waren, terwijl er een wereld bestaat waar ze zich gewoon thuis kunnen voelen. De hele schooltijd wordt zo ingericht dat je mee kan doen als dove, het enige wat in je leven bestaat is je doofheid en niet de persoon die je wil worden. Ik wil dat niemand dat ooit hoeft te voelen. Als straks het internaat verdwijnt, zullen er veel jongeren zijn die naar het regulier onderwijs moeten. Daar waar ze anders zijn, waar ze een andere taal spreken, waar mensen als eerst de doofheid zien, in plaats van de persoon. Geef deze jongeren de ruimte om te ademen, in plaats van hun adem vast te houden in hun zoektocht naar waar ze thuis horen. Laat ze thuiskomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Theme: Overlay by Kaira
Extra Text